Je overweegt een elektrische auto via private lease of als auto van de zaak, en je wilt weten wat je er echt voor betaalt.
▶Inhoudsopgave
Dan kom je al snel bij de bijtelling uit. Dat is het bedrag dat je over je brutoloon belast wordt omdat je een auto van je werkgever mag gebruiken voor privé. Klinkt logisch, maar de details maken het verschil tussen een slimme keuze en een dure verrassing.
Hoe werkt de bijtelling voor een elektrische auto?
Bijtelling is simpel uitgelegd: je werkgever biedt je een auto aan, en omdat je die ook privé mag rijden, telt de Belastingdienst dat als een extra inkomen. Over dat extra inkomen betaalde je inkomstenbelasting.
Bij een benzine- of dieselauto is dat 22% van de cataloguswaarde per jaar.
Bij een volledig elektrische auto geldt een gunstiger tarief — en dat is precies waarom de overheid elektrisch rijden stimuleert. Maar er zit een cap op. Die cap bepaalt tot welke cataloguswaarde je van het lagere tarief profiteert. Alles daarboven?
Dat belast gewoon tegen 22%, alsof het een verbrandingsmotor is. En dat merk je direct op de maandkosten.
De actuele bijtellingstarieven
2025: 16% tot €30.000 cataloguswaarde
Voor 2025 geldt een bijtelling van 16% over het eerste deel van de cataloguswaarde van een volledig elektrische auto.
Die 16% geldt tot een cataloguswaarde van €30.000. Alles daarboven wordt tegen het normale tarief van 22% belast. Dat betekent dat een auto met een cataloguswaarde van bijvoorbeeld €45.000 er anders uitziet dan je misschien denkt. Rekenvoorbeeld: je rijdt een Hyundai Ioniq 5 met een cataloguswaarde van €45.000.
Over de eerste €30.000 betaal je 16% bijtelling, dat is €4.800 per jaar. Over de overige €15.000 betaal je 22%, dat is €3.300 per jaar.
2026: terug naar 16%, maar de cap blijft
Totaal: €8.100 per jaar aan bijtelling, ofwel €675 per maand. En dan hebben we het nog niet over de leaseprijs zelf.
Voor 2026 geldt hetzelfde tarief van 16% tot diezelfde €30.000 grens. De overheid heeft de bijtelling voor elektrische auto's de afgelopen jaren langzaam opgejacht — van 4% in 2019 naar 8%, 12%, 16% — maar voor 2026 is het tarief gelijk gebleven aan 2025. Dat geeft wat stabiliteit, maar het stimulerende effect is wel flink afgenomen vergeleken met vijf jaar geleden.
Wat me opvalt is dat veel lezers dit niet beseffen. Ze zien "elektrisch" en denken automatisch "goedkoop".
Maar de bijtelling is inmiddels ver genoeg opgejacht dat een dure EV op loonstrook flink doorslaat. Een Tesla Model Y Long Range of een Polestar 2 met wat opties erop — die cataloguswaarde schiet snel door de €30.000 cap heen.
Wat betekent dit voor private lease?
Bij private lease geldt dezelfde bijtelling, maar dan zit je als particulier in een iets andere positie.
Je hebt geen werkgever die de auto ter beschikking stelt, maar je leaset via een contract en de bijtelling wordt meegewogen in de totale maandkosten. De leaseprijs die je ziet is inclusief de fiscale regels, maar het is de moeite waard om even na te rekenen of kopen op lange termijn voordeliger is. Private lease is een ideale stabiele factor voor een elektrische auto, al zijn er voor de elektrische auto als zakelijke rijder natuurlijk ook specifieke voordelen.
Je weet precies wat je per maand betaalt, er zijn geen verrassingen met onderhoud, en je bent verzekerd. Maar reken altijd uit of kopen op lange termijn voordeliger is. Vooral als je een model kiest dat onder de €30.000 cap blijft — dan profiteer je maximaal van de lage bijtelling en heb je een stuk lagere maandlasten.
Modellen onder de €30.000 cap: waar moet je op letten?
De cap van €30.000 klinkt ruim, maar in de praktijk zijn er niet zoveel elektrische auto's die daaronder vallen — tenminste, niet met een behoorlijke actieradius.
De Skoda Enyaq iV 60 begint net boven die grens. De Volkswagen ID.3 in de basisuitvoering komt in de buurt. De Hyundai Kona Electric en Kia Niro EV zijn opties, maar ook die dribbelen rond die €30.000.
De realiteit is dat de meeste mensen een auto willen met minimaal 400 kilometer WLTP-actieradius, en die modellen beginnen snel bij €35.000 of meer. De Hyundai Ioniq 5 en Kia EV6 — twee van de beste EV's qua laadsnelheid en werkelijke actieradius — beginnen ver boven de cap.
En dan betaal je dus 22% over een flink deel van de cataloguswaarde.
Eerlijk gezegd vind ik dat een gemiste kans. De overheid had de cap hoger kunnen leggen, zodat meer mensen een degelijke elektrische auto kunnen rijden zonder financiële straf. Nu zit je als consument met een keuze: goedkopere auto met mindere actieradius, of een betere auto met hogere bijtelling.
De verborgen kosten die niemand noemt
De bijtelling is niet het enige wat je maandkosten opdrijft. De markt wordt overspoeld met tijdelijke lease-aanbiedingen die vaak verborgen meerkosten bevatten. Denk aan laadpassen die apart in rekening worden gebracht, verzekeringskosten die hoger uitvallen dan verwacht, of een eindafrekening bij retour van de auto.
En dan hebben we het nog niet over bandenslijtage. Elektrische auto's zijn zwaarder door de accu, en dat merk je aan de banden.
De werkelijke kosten van bandenslijtage bij een EV zijn hoger dan bij een vergelijkbare brandstofauto. Niet dramatisch hoger, maar het is wel iets wat je in je berekening moet meenemen.
Conclusie: reken het zelf uit
De bijtelling voor elektrische auto's is nog steeds voordeliger dan voor benzine of diesel, maar het voordeel is kleiner geworden. De 16% tot €30.000 is behapbaar, maar zodra je een serieus model kiest met goede actieradius en snelladen, zit je al snel boven die cap.
En dan wordt het verschil met een hybride of zelfs een zuinige benzineauto een stuk kleiner. Mijn advies: gebruik de cijfers van de Belastingdienst als uitgangspunt, reken de bijtelling zelf uit voor het model dat je overweegt, en vergelijk dat met de totale leaseprijs. Want uiteindelijk draait het niet om het tarief op papier — het draait om wat er op je loonstrook staat.


